Italië, officieel de Italiaanse Republiek (Italiaans: Repubblica Italiana), is een land in Zuid-Europa. Ten noorden grenst Italië aan Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Slovenië. De rest van het land wordt omringd door de Tyrreense Zee, de Middellandse Zee, de Ionische Zee en de Adriatische Zee. De eilanden Sicilië, Sardinië en Elba en een aantal kleinere eilanden behoren ook tot Italië. Een groot deel van het vasteland van Italië is gelegen op het Apennijns Schiereiland en wordt omgeven door water. Vanwege de langgerekte vorm wordt het land ook wel "de laars" genoemd. Op een grondgebied van ruim 300.000 km² wonen 61.482.297 (2013) Italianen. De hoofdstad van het land is Rome (Roma). De onafhankelijke staten Vaticaanstad, waarvan de paus het hoofd is, en San Marino zijn twee enclaves binnen de Italiaanse grenzen. Campione d'Italia is een Italiaanse exclave in Zwitserland. Italië was in de Oudheid het centrum van het Romeinse Rijk, dat uitgroeide tot het grootste rijk van Europa. Later stond in Italië, meer bepaald in de regio Toscane, de wieg van de renaissance. Op 17 maart 1861 vond de Italiaanse eenwording plaats, en sinds de monarchie in 1946 door de bevolking werd weggestemd, is het bestaan van de Repubblica Italiana een feit. Het tegenwoordige Italië is een parlementaire republiek met zowel een president als een premier aan de macht en is op internationaal gebied vertegenwoordigd in organisaties als de Europese Unie, de Verenigde Naties, de NAVO, de WTO en de G8. Italië hoort bij de top tien landen in de Quality-of-life index Fysieke kenmerken Ongeveer 75% van Italië is bergachtig of heuvelachtig en ruwweg 20% van het land is bebost. Er zijn smalle stroken van laagland langs de Adriatische kust en de delen van de Tyrreense kust. In het noorden van het land liggen de Alpen en de Dolomieten, en verder strekken de Apennijnen zich uit van Genua (Genova) in het noorden tot voorbij Napels (Napoli) in het zuiden. Het hoogste punt van de Italiaanse Alpen is de berg Mont Blanc de Courmayeur, die 4765 meter hoog is. Daarmee is deze berg het hoogste punt van Italië. Het hoogste punt van de Apennijnen ligt in het bergmassief Gran Sasso d'Italia: de berg Corno Grande is met 2912 meter daar het hoogst. Ook is het noorden rijk aan een aantal grote meren: het Lago Maggiore, het Comomeer (Lago di Como), het Lago d'Iseo en het Gardameer (Lago di Garda). In het midden van Italië liggen nog een aantal meren, waarvan het Meer van Bolsena het grootste is. Belangrijke rivieren zijn de Tiber, de Arno en de Po. De Po is veruit de belangrijkste: de meeste Alpenrivieren monden hierin uit en het is de slagader van de Povlakte, het grootste agrarische gebied en de graanschuur van het land. Noordelijk Italië, gedomineerd door de Povlakte, bestaat uit de gebieden van Ligurië, Piëmont, Valle d'Aosta, Lombardije, Veneto en een deel van Emilia-Romagna (dat zich in Centraal-Italië uitbreidt). Gran Paradiso (4061 m), de hoogste berg die geheel binnen Italië ligt, ligt in Valle d'Aosta. Het Italiaanse schiereiland bestaat verder uit Centraal-Italië (Marche, Toscane, Umbrië en Latium) en zuidelijk Italië (Campanië, Basilicata, Abruzzen, Molise, Calabrië en Apulië). Naast de beroemde vulkaan de Vesuvius, die in het jaar 79 Pompeï verwoestte, heeft Italië nog een aantal actieve vulkanen, zoals de Etna op Sicilië, Stromboli en Vulcano. De hoofdstad en grootste stad van Italië is Rome. Enkele andere grote Italiaanse steden zijn: Milaan (Milano), Turijn (Torino), Genua (Genova), Venetië (Venezia), Florence (Firenze), Bologna, Verona, Napels (Napoli), Ancona, Bari, Perugia, Cagliari, Catania, Messina en Palermo. Het grootste deel van Italië is in cultuur gebracht en op de grasrijke berghellingen grazen schapen. De brede, vlakke Povlakte is het meest vruchtbare gebied. Italië bezit weinig natuurlijke rijkdommen en voert bijna al zijn olieproducten in. Klimaat Het grootste deel van Italië heeft een mediterraan klimaat met warme zomers en zachte winters. In het noorden is het kouder dan in het zuiden. Het klimaat is daar enigszins vergelijkbaar met dat in België en Nederland, maar met koudere winters en warmere zomers. In de Alpen en de Apennijnen heerst een pool/hooggebergteklimaat en valt er vaak sneeuw. Op Sicilië is het nog warmer en valt er minder neerslag. Veel winden in Italië hebben een naam, zoals de tramontana, wat 'over de bergen' betekent. Deze straffe, koude noordenwind is vooral voelbaar in de winter. Het is een droge wind, doordat al veel neerslag in het noorden is gevallen. De uit Griekenland afkomstige 'Greco'-wind lijkt erg op de tramontana, maar brengt meer wolken en dus meer neerslag mee. Flora De flora van Italië is de rijkste van Europa. Traditioneel werd het aantal vaatplanten op zo'n 5500 soorten geschat. Echter per 2004 kent de Data bank of Italian vascular flora 6.759 soorten. Hiervan zijn er 700 endemisch. Geobotanisch deelt de Italiaanse flora zich in zowel het Circumboreale gebied als het Middellandse Zeegebied in. Volgens de index samengesteld door het Italiaanse ministerie voor milieu in 2001 zijn er 274 soorten vaatplanten beschermd. Kunst en cultuur De bekendste cultuurperiode uit de Italiaanse geschiedenis is de Italiaanse renaissance. Geïnspireerd door de cultuur van Grieken en Romeinen streefden schrijvers, architecten en beeldende kunstenaars ernaar hun antieke voorbeelden te overtreffen. Behandelingen van renaissanceliteratuur beginnen gewoonlijk in de protorenaissance met Petrarca (1304-1374). Hij was bekend om zijn Canzoniere, elegante sonnetten in de volkstaal, en was een van de eerste verwoede manuscriptenverzamelaars onder de Italiaanse humanisten. Zijn vriend en tijdgenoot Boccaccio was de schrijver van de Decamerone. Beroemde volkstaaldichters van de 15e eeuw zijn Luigi Pulci (auteur van Morgante), Matteo Maria Boiardo (Orlando Innamorato), en Ludovico Ariosto (Orlando Furioso). 15e-eeuwse schrijvers zoals de dichter Poliziano en de Platoonse filosoof Ficino maakten vertalingen van zowel Latijnse als Griekse teksten. In het begin van de 16e eeuw zette Castiglione in zijn (Boek van de hoveling) zijn visie uiteen over de ideale heer en dame, terwijl Machiavelli in De vorst ('Il principe') de machtshebbers een beeld van (politieke) deugd voorspiegelde door oude en moderne voorbeelden van virtù (deugd) met elkaar te vergelijken. Italiaanse renaissance-schilderkunst oefende nog eeuwen daarna een overheersende invloed uit op de Europese schilderkunst, met kunstenaars zoals Giotto di Bondone, Masaccio, Piero della Francesca, Domenico Ghirlandaio, Pietro Perugino, Michelangelo, Raphael, Botticelli, Leonardo da Vinci en Titiaan. Hetzelfde geldt voor de architectuur, zoals beoefend door Brunelleschi, Alberti Leone, Andrea Palladio en Bramante. Enkele van hun belangrijke werken zijn de Santa Maria del Fiore, de Dom van Florence, de Sint-Pietersbasiliek in Rome en de Tempio Malatestiano in Rimini, om er maar enkele te noemen van een lange lijst waarin ook luisterrijke privé villa's van rijke opdrachtgevers thuishoren. Ten slotte is ook de Aldine drukpers, opgericht door de in Venetië actieve drukker Aldus Manutius, van groot belang. Manuzio ontwikkelde namelijk het Italic lettertype alsook het kleine, relatief draagbare en goedkope gedrukte boek. Daarnaast was hij ook de eerste die boeken in Oudgrieks publiceerde