|

|

|
Gardameer |
 |
 |
 |
 |
(bron:
wikipedia)
Het Gardameer (Italiaans: Lago di Garda) is het
grootste meer van Italië. Het heeft een omtrek van
158,4 km. Het landschap heeft een schilderachtig
karakter door het diepblauwe water, de oleanders, de
citroenbomen en de cipressen. Het Gardameer ligt in
de regio´s Lombardije, Trentino-Zuid-Tirol en Veneto.
Belangrijke plaatsen rond het Gardameer
Peschiera del Garda
Malcesine
Sirmione
Salò
Desenzano del Garda
Lonato
Limone sul Garda
Gargnano
Riva del Garda
Bardolino (Italië)
Garda
Torri del Benaco
In morfologisch opzicht is de grote watermassa
verdeeld in twee gedeelten. Het noordelijke deel is
smal en ligt ingeklemd tussen steile bergen,
waardoor het doet denken aan een Scandinavisch
fjord. Het zuidelijke deel loopt uit in een breed
bekken waar het Schiereiland van Sirmione inpriemt.
Er liggen zeven kleine eilandjes in het meer:
Garda-eiland, Isola di Garda, dat voor San Felice
ligt
San Biagio, dat bij de rots van Manerba ligt
Het eilandje Trimelone bij Cassone
In de buurt van Malcesine liggen Sogno en Olivo
En dan zijn er nog de rotseilandjes Altare en
Stella.
Hoog boven de oostkust vinden we de Monte Baldo met
zijn toppen, de Altissimo (2078 m), de Pozzette
(2218 m) en de Telegrafo (2200 m). De steile
kalksteenhellingen bieden tot aan de oever een
afwisselend gezicht met weiden, bossen, rotsen,
heuvels en valleien, littekens van steenlawines,
cipressen, olijfgaarden, wijngaarden en hier en daar
wat huizen en een paar kleine dorpjes.
De westkust tussen Riva en Gargnano bestaat uit
steile, soms loodrecht uit het meer oprijzende
rotsen, met hoog boven de scherpe bergen uitstekende
toppen van de Pari (1991m), Carone (1621m), Denervo
(1460m) en de Pizzardo (1582m).
De steile bergwanden worden doorsneden door een
flink aantal nauwe valleien. De belangrijkste
valleien zijn:
De vallei van de Ledro, die naar Ponale loopt,
De Toscolane vallei, waar de Valvestino doorheen
stroomt,
De vallei van de Sarca, die in het uiterste noorden
van het meer ligt bij Arco, Riva en Torbole. De
rivier de Sarca heeft met alles wat hij met zich mee
voert vlakke stukken land gemaakt.
Het meer ten zuiden van de bergwanden ziet er totaal
anders uit. Hier zijn geen steile rotswanden en vlak
langs de oever of in de rotsen uitgehouwen wegen.
Aan de westkant vanaf Gargnano is de oever vlak,
alleen bij de Rots van Manerba wordt hij nog wat
steil en hoog (218m). Maar hiervandaan vinden we tot
Desenzano en Peschiera alleen maar vlakke grond en
zo gaat het door tot de rots van San Virgilio bij
Gar |
|